Australian Labradoodle

Eigenschappen:

De Australian Labradoodles zijn heel energiek, altijd vrolijk en willen vooral veel aandacht van hun baasjes hebben. Het liefst zitten ze heel de dag dichtbij om lekker te knuffelen en gekriebeld te worden. Dit maakt dan ook dat de Australian Labradoodle een zeer aanhankelijke hond is die niet te lang alleen kan zijn. Na opbouw en eenmaal aangeleerd, kan een labradoodle best een paar uurtjes alleen zijn, maar zeker geen hele dag!  Deze honden zijn gek op kinderen en daarom uitermate geschikt als familie hond. Ook zijn ze erg leergierig en vooral sensitief, dat betekent dat ze veel oppikken aan stemmingen en ze je ook echt kunnen troosten en steun bieden. Dat is waarom de Australian Labradoodle ook goed ingezet kan worden als hulphond, bij kinderen met autisme, als blindengeleidehond en zelfs als PTSS hond bij mensen die traumatische ervaringen hebben opgelopen. De labradoodles bieden deze mensen veel steun, rust en troost. Labradoodles hebben een hoop energie en moeten genoeg beweging krijgen. Een volwassen labradoodle moet wel anderhalf uur op een dag lekker kunnen ravotten en energie kwijt kunnen. Wanneer zij deze energie buiten kwijt kunnen, zal een labradoodle binnen ook een rustige hond zijn. Daarnaast zijn de meeste labradoodles gek op een stukje zwemmen en in het water spelen. 

 

Uiterlijk:

De Australian Labradoodle is sierlijk compact gebouwd en heeft een sabelstaart, hangende oren, grote ogen met lange wimpers met mooie lange haren. Ze hebben grote levendige ogen die bruin, groen of amberkleurig kunnen zijn. Met deze ogen kunnen doodles je ook echt ‘lezen’ en goed aanvoelen. De labradoodle kan een zwarte neus of roze/leverkleurige neus hebben. Alle andere pigmentgevoelige lichaamsdelen hebben dan dezelfde kleur pigment als de neus. Een doodle herken je van verre al aan hun dansende loopje, ze lopen namelijk heel lichtvoetig en sierlijk.

 

Maten:

De Australian Labradoodles zijn er in 3 maten:

  • De miniatuur hoogte is 35-42 cm met een gewicht van 7-13 kg.

  • De medium hoogte is 43-52 cm met een gewicht van 13-20 kg.

  • De standaard hoogte is 53-63 cm met een gewicht van 23-30 kg.

 

Vacht:

  • Wavy Fleece. Een zachte vacht die vrij steil van draad is, of het kan ook golvend van structuur zijn. Als het wat langer is valt het vaak in een scheiding op de rug naar beneden.

  • Curly. Een sterk krullende vacht, welke vergelijkbaar is met die van een poedel. Deze vacht vraagt vaak ook wat meer onderhoud.

  • Curly Fleece. Dit is een mengeling van curly en fleece, de vacht is niet helemaal steil en er kunnen meer krullen in de vacht voorkomen.

 

De vacht van een Australian Labradoodle zal absoluut niet verharen en is daarom ook vaak geschikt voor zo'n 98% van de mensen met een allergie voor honden en heeft in tegenstelling tot andere hondenrassen geen ondervacht. Het voordeel hiervan is dat als de vacht nat wordt je de hond niet ruikt en dus ook niet stinkt. De vacht van een doodle vergt beslist wat onderhoud. Het is aan te raden om de vacht zeker 1x per week goed uit te borstelen met een speciale activet borstel, die goed de klitten uit de vacht haalt. Ook is het aan te bevelen om de labradoodle om de 8 weken te laten trimmen door een goede hondentrimster, die de vacht weer in een mooi model kan inkorten. Dit is overigens belangrijk, want als de labradoodle nat wordt met een te lange vacht, kunnen ze snel afkoelen door het ontbreken van een ondervacht. Ook is een kortere vacht fijn bij de vachtwissel, die rond de 8 maanden begint totdat de pup ongeveer 15 maanden oud is. Dan is het raadzaam om je pup ten minste 2 x per week te borstelen, om te zorgen dat de haren die los laten tussen hun vacht niet zorgen voor extra veel klitten.

 

Vachtkleuren: 

De Australian Labradoodle komt voor in de kleuren goud, chocolade, rood, crème, café, lavendel, , caramel en zwart voor. Kleuren kunnen ook gecombineerd zijn, waardoor je de tweekleurige bonte Labradoodle krijgt, de zogenaamde ‘parti colour’.

 

 

Gekruiste rassen:

De Australian Labradoodle is geen gewone kruising van een poedel met een labrador. In de jaren 70 zijn ze met deze kruising begonnen, die zo goed als hulphond kon dienen. Pas rond 1989 was er vraag naar een hulphond die geen allergische reacties uit zou lokken, en begon Wally Conron als fokker te experimenteren. Uit een nestje bleek maar 1 puppy geschikt en allergie vriendelijk te zijn. De honden kruisingen werden door Wally vanaf nu aan ook labradoodles genoemd. Hierna zijn Beverly Manners en haar dochter verder gaan kruisen met als doel om de goede karakter eigenschappen te behouden en een hybride ras te ontwikkelen voor mensen met allergieën. Het doel was om een geschikte hulphond te krijgen, die qua vacht allergievrij zou zijn. Om deze reden werden andere rassen ingekruist met het uiteindelijke resultaat.

 

De volgende rassen zijn onder andere gebruikt:

1. De Poedel.

2. De Labrador Retriever

3. De Curly Coated Retriever

4. De Amerikaanse Cocker Spaniel

5. De Engelse Cocker Spaniel

6. De Ierse Waterspaniel 

Heeft u serieuze interesse in een Australian Labradoodle, kijk dan op de ALAEU site of een andere vereniging waar fokkers bij aangesloten zijn. Hier volgen wij de regels en richtlijnen van de ALAEU om uit te breiden, met als doel vrolijke, sociale en vooral gezonde labradoodles te fokken. Er wordt uitsluitend gefokt met honden die volledig goedgekeurd zijn.

 

 

verschillende kleuren Doodles.gif